
Doe mij maar dicht
Liedewij – Lied – weet niet wat er aan de hand is. Behalve dat het lijkt alsof ze verdwijnt – geen echt contact meer heeft met de mensen om zich heen.
Het leek zo’n geweldig plan, samen met Maya op interrail naar Zuid-Europa.
Maar het lukt niet om zich er echt aan over te geven. En als ze hoort dat het graf van haar Opa Sigaar wordt geruimd, de enige persoon die haar bijzonder liet voelen, weet ze dat ze terug moet naar Nederland.
En dan is er dat rare verschijnsel, die gouden sigaar die altijd op dezelfde plek tevoorschijn komt. Voor haar, zo lijkt het. En steeds dichterbij.
Tim Gladdines heeft de gave zich te kunnen verplaatsen in jongeren. In Doe mij maar dicht word je meegezogen in de spiraal van onzekerheid, onthechting, wanhoop en verwondering over de verwarrende wereld waarin jongeren zich staande moeten zien te houden.
Bestel Doe mij maar dicht hier
Dor mij maar dicht
Tim Gladdines,
Uitgeverij Lemniscaat, 2025
Recensies
Wijs met taal, Maaike de Vries, 28 oktober 2025, ‘Het boek komt binnen als een mokerslag’
Tim Gladdines heeft op mij veel indruk gemaakt met zijn vorige boeken, die ik allemaal gelezen heb, zoals Koning Valentijn, Vissenkind en Geert op het oosten. Zijn schrijfstijl is dicht op de huid, fel realistisch en absurdistisch. Nu is bij Uitgeverij Lemniscaat zijn laatste boek verschenen: Doe mij maar dicht. Het boek komt binnen als een mokerslag. Houd je vast, ik vertel je waarom.
Doe mij maar dicht gaat over Liedewij, een 17-jarige puber die vwo doet en worstelt met waar veel pubers mee worstelen: identiteit, vriendschap, liefde. Maar Liedewij is anders dan de meeste meiden: ze ziet het leven niet meer zitten, ze wil er eigenlijk niet meer zijn, ze wil dood. Er zijn veel manieren om dit op te schrijven, en dat doet de schrijver dan ook, maar er verandert niks aan: dood is dood. Liedewij is eenzaam, want ze begrijpt zelf niet waarom ze dit voelt en durft er zeker niet over te praten met de mensen om haar heen.
“Ik ben niet bedoeld voor dit leven.
Ik ben nergens voor bedoeld.
De wereld is vierkant en ik ben rond.”
Doordat ze er met niemand over praat gaan de negatieve gedachten een eigen leven leiden. Zodanig dat er gedachten ontstaan die helemaal niet kunnen. Ze ziet dingen die anderen niet zien, zoals een bijzondere goudkleurige sigaarvormige UFO boven het maisveld. Ze ziet hem bijna dagelijks. Het geeft haar troost, maar maakt haar ook verdrietig. Heel vaak barst ze zomaar in huilen uit. Haar ouders sturen haar naar een psycholoog. Maar de rest van de tijd moet ze het alleen doen.
“Ik wil niet dood. Ik wil gewoon weg zijn.
Wegkruipen. Niet meer meedoen.”
Omdat je in het hoofd van Liedewij zit voel je hoe de realiteit een loopje met haar neemt. Ze weet niet welk seizoen het is, of iets nu echt gezegd of gebeurd is. Alles lijkt te zweven, geen vaste grond onder je voeten. En boven alles die zware gedachten: hoe maak ik er een eind aan, zou ik dat durven? Gladdines schrijft onomwonden, rauw en dat is confronterend. Er komen geen antwoorden, alleen maar meer vragen. Waarom is Liedewij opeens zo verdrietig dat het graf van haar opa, die 10 jaar geleden overleden is, geruimd wordt? Waarom legt ze de ruzie met haar beste vriendin niet bij? En wat gebeurt echt en wat zit alleen maar in haar hoofd?
Dit boek kan heel confronterend zijn voor jongeren en volwassenen die met suïcidale gedachten te maken hebben (gehad). Misschien wil je dit boek dan helemaal niet lezen. Of juist wel, omdat het je troost geeft of steun. Vast staat dat de bijzondere manier waarop Gladdines in het hoofd van een meisje laat kijken blijvend indruk maakt. Hij schrijft associatief, met flarden en vaak onrustig, van de hak op de tak. De taal is ondanks de zwaarte zo mooi. De vormgeving is ook bijzonder te noemen: er staan enkele afwijkende pagina’s in, er is plek gemaakt voor witruimte en korte stukjes poëzie.
Maar: wees gewaarschuwd, het is een zwaar thema, raad dit boek pas aan voor 16+ en wees voorbereid op een huilbui als je het uit hebt. Het lucht op. En ja, de dood hoort bij het leven, maar denken aan de dood is eenzaam, heftig en pijnlijk. Denk je aan zelfdoding? Weet dan dat er hulplijnen bestaan zoals 113 zelfmoordpreventie: 0800-0113 of www.113.nl
Langlevelezen.nl, Anne van Mechelen, 12 november 2025, ‘Tim Gladdines heeft met ‘Doe mij maar dicht’ een Young Adult geschreven die onder je huid gaat zitten en confronterend is’
Zo donker als het bij Liedewij is, is het bij mij gelukkig nooit geweest. Van haar hoeft het namelijk niet echt meer: het leven. De dood lonkt. Alles is donker en zwaar, maar de mensen om haar heen merken er helemaal niets van. Misschien haar beste vriendin met wie ze op vakantie is.
Het lukt Liedewij namelijk niet om zich volledig te ontspannen op haar vakantie omdat het graf van haar opa geruimd zal worden. Na een poosje beslist ze dat ze naar huis toe moet om nog een laatste foto van het graf te kunnen maken. Terug in Nederland is er een vreemd verschijnsel dat telkens terugkeert: een gouden sigaar die in de lucht verschijnt en steeds dichterbij komt. Zou de sigaar daar speciaal voor haar zijn?
Het verhaal over Liedewij schuurt en voelt ongemakkelijk tijdens het lezen. Liedewijs zorgen zijn echt en tegelijkertijd is ze volledig losgezongen van de werkelijkheid. Soms lijkt Liedewij zonder gevoel te zijn, alhoewel haar gedichten inkt- en inktzwart zijn. Het zorgt ervoor dat je als lezer in een vreemd vacuüm terechtkomt waar je moeilijk uit kunt ontsnappen. Tijd is een vreemd begrip in dit verhaal. Alles loopt door elkaar en tegelijkertijd zien we de aftakeling van Liedewij heel erg duidelijk stap voor stap doorzetten.
Liedewij had een bijzondere band met haar opa. Hij vertelde haar spannende verhalen waar ze als jong meisje niet naar kon luisteren, maar die ze tegelijkertijd heel graag wilde horen. De band met haar opa was complex, ook vanwege de rol die haar moeder in het verhaal inneemt. Wat er precies gebeurd is tussen moeder en opa wordt summier verteld en aan alles voel je dat het niet klopt.
Dat zorgt voor wrijving in het verhaal. Liedewij is op een bepaalde manier dol op haar opa en tegelijkertijd voel je dat er iets niet oké is.
Tim Gladdines heeft met ‘Doe mij maar dicht’ een Young Adult geschreven die onder je huid gaat zitten en confronterend is. Op sommige momenten ben je Liedewij en voel je haar donkerte. Op andere momenten voel je het ongemak bij de acties die ze uitvoert en wil je haar toeroepen het niet te doen.
Zwaar en beklemmend zijn zomaar twee woorden die je kunt noemen als je dit werk leest. En toch moet je het lezen, juist vanwege al deze elementen die de depressie van Liedewij zo levensecht en aardedonker maken. Wat een indrukwekkend verhaal.
Boekenbijlage.nl, Janneke van der Veer, 19 november 2025, ‘Integere jongerenroman over beladen thema’
Integere jongerenroman over beladen thema
Kinder- en jeugdboekenschrijver Tim Gladdines (1963) heeft inmiddels 21 titels gepubliceerd, boeken die gericht zijn op verschillende leeftijdscategorieën. Daartoe behoren enkele indringende romans voor jongeren.
Koning Valentijn (2020) gaat over Benjamin die het lastig vindt om vrienden te maken. Om daarin verandering te brengen probeert hij zo veel mogelijk het gedrag te kopiëren van zijn populaire broer Valentijn, voor wie het leven ogenschijnlijk geen problemen heeft. Twee jaar later verscheen Geert op het oosten, over een jongen die in de ban komt van de pop Ken en van een nieuwe klasgenoot, die eveneens Ken heet. Een verhaal over vriendschap en over de grenzen tussen fantasie en werkelijkheid. In Doe mij maar dicht, het jongste jongerenboek van Tim Gladdines, is eveneens niet altijd duidelijk wat werkelijkheid is en wat niet.
Loodzwaar kwartje
‘De wereld is geen doolhof geworden, de wereld is altijd een doolhof geweest. En ikzelf ben een kompas zonder noorden. Het duurde lang voordat ik doorhad dat ik verdwaald ben. Pas toen ik wist dat er geen uitgang is, viel het loodzware kwartje. Een doolhof zonder uitgang is een doodlopende weg. Een lange, kronkelende, hopeloze weg.’ Door deze zinnen krijgt de lezer meteen op de eerste bladzijde van het boek een beeld van de wijze waarop de dan zestienjarige vwo-leerlinge Liedewij zichzelf en de wereld om haar heen ervaart. Vooral dat ‘loodzware kwartje’ is treffend. Het is dan ook niet niks wat haar bezighoudt.
Geheimzinnig licht
Al een poos ziet ze regelmatig op de weg van school naar huis een geheimzinnig goudkleurig licht in de vorm van een sigaar. Steeds op dezelfde plaats, achter een rij populieren en het maisveld. Ze vraagt zich af of anderen het ook zien, maar al gauw weet ze dat zij de enige is die het licht ziet. En dus praat ze er niet over. Natuurlijk vraagt ze zich af wat het is. Een ufo? Een verklaarbaar fenomeen? Een waanbeeld? De gedachte aan een ufo blijft in haar hoofd spoken, ook omdat dit idee een relatie heeft met haar tien jaar geleden overleden Opa Sigaar, met wie ze een goede band had. Hij kwam vaak naar haar kamer en vertelde haar dan spannende verhalen, waarbij vooral het verhaal over de ufo die hij ooit had gezien, indruk op haar heeft gemaakt. Gaandeweg krijgt het ufo-beeld meer vaste vorm en wordt de plek waar ze de ufo ziet voor Liedewij steeds uitnodigender, bijna als een soort vluchtplaats.
Graf
Ook anderszins houdt de dood van haar opa haar bezig, zeker als ze van haar moeder hoort dat zijn graf wordt geruimd. Die voelt er namelijk niet voor om de grafrechten nog langer te betalen. Liedewij is er woedend over en zoekt uit wanneer de ruiming zal plaatsvinden. Ze wil nog een foto maken van de grafsteen. Tijdens de treinvakantie door Europa met haar vriendin Maya wordt ze erover gebeld. Over vier dagen zal het graf worden geruimd. Liedewij besluit de vakantie onmiddellijk af te breken en gaat terug naar huis, Maya verbijsterd en boos achterlatend. Het zal daarna nooit meer zo worden tussen hen als het eerder was.
Ouders
Thuis heeft Liedewij het ook niet gemakkelijk. Haar vader is nogal in zichzelf gekeerd en toont zich weinig betrokken bij het gezin. Haar moeder is een no-nonsense-type en stelt zich weinig empathisch op. Dat geldt vooral voor de band die Liedewij had met haar opa. Haar moeder is daar zelfs wat argwanend over. In elk geval vindt ze dat Liedewij zich niet zo druk moet maken over het ruimen van het graf en ook verwijdert ze een aantal foto’s van opa die Liedewij op haar prikbord had geprikt.
Moerasmonster
En dan is er nog het zogenaamde ‘moerasmonster’ dat haar al van jongs af aan met regelmaat kwelt. Het is Liedewijs benaming voor een stem in haarzelf, een stem die haar uitlacht, uitscheldt, pest en dreigt. Zo vertelt het monster dat ze lelijk en dik is, dat niemand haar aardig vindt, dat ze niks kan, enz. enz. Het zijn deze negatieve uitlatingen die haar blokkeren en die er mede toe bijdragen dat ze haar toekomst als een duister gat ziet. Moet ze gaan werken of studeren, en zo ja, wat? Ze kan immers niks. Het enige wat ze echt wil is dat school ophoudt.
Binnenziek
Meer en meer beseft Liedewij dat er iets met haar aan de hand is. Ze voelt zich ‘binnenziek’. De realiteit lijkt steeds verder van haar af te staan. Alles loopt door elkaar en ook raakt ze haar gevoel voor tijd kwijt. Een en ander drukt zo zwaar dat ze soms wil verdwijnen en dood wil. Tegelijkertijd wil ze dat juist niet. ‘Het is dat je juist heel hard probeert niet dood te willen.’ Ze wordt er moe van en voelt zich vaak eenzaam en wanhopig, ook door de onverklaarbare huilbuien die haar regelmatig overvallen. Alleen in haar ‘zwarte gedichten’ kan ze haar gevoelens en gedachten kwijt, maar die gedichten deelt ze met niemand. Dit alles heeft tot gevolg dat haar schoolprestaties sterk achteruit gaan. Gesprekken hierover met haar mentor en op een bepaald moment ook met een psycholoog, leiden niet tot een oplossing. Liedewijs wanhoop groeit, een drastische stap lijkt niet te vermijden. Een stap die echter uiteindelijk een verandering teweeg brengt, waardoor er toch een zeker perspectief gloort.
Beladen problematiek
Tim Gladdines heeft in Doe mij maar dicht woorden gegeven aan de worsteling die sommige (jonge) mensen doormaken. Een worsteling met depressieve gevoelens die onontkoombaar lijkt en niet te stoppen. Een worsteling die wanhopig kan maken en bang. De wijze waarop Gladdines de woorden heeft gekozen, doet soms ook denken aan een worsteling. Zijn stijl is zoekend, associatief, alsof hij zich ervan bewust was dat elk verkeerd gekozen woord afbreuk kan doen aan de echtheid van het verhaal, aan de integriteit. Het is deze manier van schrijven die bijdraagt aan de kracht van het boek en die de beschreven problematiek alleszins voelbaar maakt.
Leesknokploeg.nl, Lusanne Stap, 26 november 2025, ‘Echt een prachtig boek. Tot tranen geroerd’
‘Hoe voelt het dan?’ zou Maya vragen. Tja hoe het voelt. Het is niet dat je heel graag dood wil. Het is dat je juist heel hard probeert niet dood te willen. En dat dan de hele dag. En dat dat doodvermoeiend is. Dat je verdriet voelt, alsof er iemand dood gegaan is, maar niemand is gestorven. Dat er een betonnen rugzak aan je schouders hangt, onzichtbaar, maar zwaarder dan een mens kan tillen. En toch til je. Dat je je niet normaal voelt. Dat niemand het doorheeft, maar dat jij weet, onomstotelijk weet, dat je van binnen mislukt bent.’
Liedewij weet het zeker: er is iets stuk in haar. Maar wat precies? Ze denkt vaak na over de dood. Ze wil er eigenlijk niet meer zijn. Ook haar relatie met haar ouders is niet goed, ze voelt zich vaak niet gehoord en gezien. Ze mist haar opa, die al 10 jaar dood is. Hij was de enige die haar het gevoel gaf dat ze bijzonder was, maar haar moeder doet er altijd zo boos over.
In de zomer besluit ze te gaan interrailen met haar beste vriendin, maar het lukt haar niet om zich er echt aan over te geven. Ze hoort dat het graf van haar opa geruimd gaat worden en wil terug. Dit zorgt voor een ruzie tussen haar en Maya. En alsof dit allemaal nog niet genoeg was, ziet ze ook steeds een verschijnsel: een gouden sigaar die ze steeds op dezelfde plek ziet verschijnen. Kan Liedewij haar gedachten tot rust brengen?
Poeh.. wauw.. Wat komt dit binnen. Tot tranen geroerd. Tim Gladdines omschrijft dit zo prachtig en voor sommigen misschien ook heel herkenbaar. Voor mij in ieder geval wel. Het raakte mij. Het boek is prachtig en heftig tegelijk.
Wat een indrukkend boek over zware gedachten en zelfdoding. Dit boek zou ik niet voor het primair onderwijs adviseren, maar voor leerlingen in het voortgezet onderwijs vanaf 12 jaar, vanwege de heftigheid die het kan brengen. Zeker een aanrader.
Uitgeverij Lemniscaat
Gelezen door Lusanne Stap
Mijn reactie op de recensie hieronder: Tja. Wat zal ik zeggen. Misschien dat ik geen Gladiness heet? En de hoofdpersoon geen Lidewij? Of zal ik de meerdere taal-/typefouten opnoemen? De krukkige formuleringen? Nee, doe ik niet. Laat ik het vooral 'gezellig' houden en maar snel een coherente, evenwichtige roman gaan schrijven, met vooral sympathieke personages. - Tim Gladdines
Jaapleest.nl, Jaap Friso, 12 december 2025, ‘Een repeterende maalstroom van negatieve gedachten – Doe mij maar dicht van Tim Gladdines’
Na een aantal boeken bij uitgeverij Marmer (Hoe het kwam dat ik Emma een blauw oog sloeg, Geert op het oosten en Koning Valentijn) lijkt Tim Gladiness onderdak te hebben gevonden bij Lemniscaat. De Rotterdamse uitgeverij staat de laatste tijd open voor meerdere schrijvers die geen of moeizaam een uitgever konden vinden, of blijkbaar zin hebben in een nieuw avontuur.
Het eerdere werk van Gladiness viel op door durf en originaliteit, maar ontbrak het in de uitwerking aan evenwichtigheid. Zijn onderwerpkeuze is vrij consistent. Vaak is er iets aan de hand met de geesteijke gezondheid van zijn personages en dat is Doe mij maar dicht niet anders. De zestienjarige Lidewij is verdwaald in de wereld die ze zelf een doolhof noemt. Ze ziet soms dingen (een ufo-achtige sigaar) die voor anderen niet waarneembaar zijn. Het lijkt een verwijzing naar haar overleden opa die sigaren raakte.
Deze ‘opa sigaar’ was erg op haar gesteld en kwam tijdens familiebezoek vaak naar de slaapkamer van Lidewij om haar voor te lezen. De suggestie dat er misschien meer gebeurde zit in de vraag van haar moeder: of opa haar wel eens op een rare manier heeft aangeraakt. Daar komt geen bevestigend antwoord op, maar er is wel iets merkwaardigs en schurends in hun relatie. Lidewij was zes toen opa overleed maar mist hem op een bijna obsessieve manier, waarbij de belangrijkste verklaring is dat ze zich bij hem zo speciaal voelde.
De bezeten omgang met het gemis komt tot een hoogtepunt als Lidewij tijdens een interrailvakantie met een vriendin plotseling besluit naar huis te gaan als ze hoort dat opa’s graf wordt weggehaald. Ze moet er nog foto’s van nemen. Haar omgeving snapt weinig van haar gedrag, zij zelf eigenlijk ook niet, en voor de lezer is het ook niet eenvoudig te volgen.
Uit de innerlijke monoloog die het boek omhelst komt het beeld naar voren van een depressief meisje met psychotische en suïcidale trekken. Ze verwijst meerdere keren naar het ‘moerasmonster’ dat haar de diepte van het duister in sleept. Gladiness weet de depressie als repeterende maalstroom van negatieve gedachten, zelfhaat, somberte en vervreemding te vatten. Maar levert dat ook een geslaagd en interessant boek op? Lastig. Het is steeds moeilijker om sympathie voor Lidewij op te brengen door de herhaling van zetten in haar hoofd en haar onvermogen om contact te maken met de mensen om haar heen. Depressieve mensen zijn nou eenmaal niet de gezelligste. De irritatie is misschien realistisch, maar zit het verhaal in de weg.
Doe mij maar dicht leest door de vorm en opbouw ook een beetje als een experimentele roman. Sommige hoofdstukken bestaan uit een geidcht van Lidewij, soms uit slechts een paar zinnen, zoals dit hoofdstuk: ‘Ik kan natuurlijk voor de trein springen. Ik kan natuurlijk niet voor de trein springen. Dat is nou juist het probleem.’
Er zijn steeds meer jongeren die worstelen met psychische problemen en de gemoedstoestand van Lidewij voor een deel zullen herkennen. Maar de vraag wat de auteur met deze maalstroom beoogt, wordt niet echt beantwoord. Naast Lidewij gaat ook Doe mij maar dicht kopje onder in de negatieve spiraal.
Gladiness is stilistisch bij vlagen sterk met bijzondere zinnen, dat bewijst hij ook nu weer, maar dat levert nog steeds geen coherente en evenwichtige roman op. Daar is meer voor nodig.